Iemand wiskundegenie hier? (:
Ik heb wiskunderepetitie volgende week en dit is 1 van de opgaven uit de oefentoets:
Langs de oever van het meer staan 2 bakens, A en B.
een landmeter heeft zijn kijker in punt C opgesteld. De afstand van punt C naar punt B is 630 meter en de afstand van punt C naar punt A is 570 meter. Als de landmeter eerst naar punt A kijkt en dan naar punt B, dan moet hij zijn kijker over een hoek van 49° draaien.
Bereken de afstand van punt A naar punt B.
Je hebt dus deze situatie:
AC = 570 m
BC = 630 m
∠ C = 49°
Wat is nu AB?
Probleem is dat je geen Pythagoras of tangens/sinus kunt gebruiken, omdat het geen rechthoekige driehoek is.