De ondergrond van Brabant bestaat uit een opeenvolging van laagjes zand, klei, leem en veen.
Met uitzondering van Zuid-Limburg zijn in Nederland in de bovenste honderden meters alleen losse sedimenten afgezet. De vaste gesteenten zitten in Brabant zeer diep, op 600 tot 1600
meter. Brabant was in de laatste ijstijd een poolwoestijn, waar wind en rivieren vrij spel hadden.
Grof materiaal zoals zand en grind werd afgezet door de rivieren. De wind blies fijn zand uit de
rivierdalen weg en zette dit af in de vorm van dekzandruggen. In de warmere tussenijstijden was
er veel meer begroeiing. In deze periodes zetten de rivieren en beken klei en leem af. Nu leven
we ook in zo’n warmere periode.
Verschillende materialen zoals zand, klei en leem vormen geologische lagen. Een aantal bij
elkaar horende lagen, afgezet in de zelfde periode, noemen we een formatie. De lagen kunnen
verschillend zijn qua doorlatendheid voor water. Grondwater stroomt het makkelijkst in lagen
die bestaan uit grof zand of grind. Deze worden ‘watervoerende pakketten’ genoemd. Het
grondwater dat we bijvoorbeeld gebruiken voor de drinkwaterbereiding wordt in deze lagen
gewonnen. Tussen de watervoerende pakketten bevinden zich slecht doorlatende lagen van
klei of leem. Het water stroomt hier in verhouding tot de watervoerende pakketten zeer traag
doorheen. Op de figuren zijn de watervoerende pakketten en slecht doorlatende lagen te zien.
Het valt op dat vooral in de Centrale of Roerdal Slenk zeer dikke goed doorlatende pakketten
aanwezig zijn. Hier wordt dan ook relatief veel grondwater gewonnen.
De slecht doorlatende lagen lopen niet altijd door, ze zijn op sommige plekken afwezig. Een uitzondering vormt de dikke en uitgestrekte laag van de Boomse klei. Deze laag wordt voor de meeste water-vraagstukken beschouwd als de ondoorlatende “hydrologische basis”. Toch is deze laag niet helemaal afsluitend en zijn er zeker interacties tussen het grondwatersysteem boven de hydrologische
basis en de nog diepere ondergrond. Zo hebben bijvoorbeeld de bruinkoolwinningen in Duitsland,
die door deze laag heen zijn gegraven en worden drooggepompt, effect op het watersysteem onder
deze laag. De Boomse Klei zit in de Centrale Slenk gemiddeld 1400 meter diep, in West-Brabant
ongeveer 200 meter. Op de Peelhorst ligt deze klei ongeveer 400 meter diep, maar hier is de
er boven liggende formatie van Breda ook al zeer ondoorlatend. De Boomse klei komt enkele
tientallen kilometers ten zuiden van de grens in België aan de oppervlakte, dit is in de rechterfiguur te zien. Nog zuidelijker komen andere, nog oudere, grondlagen aan de oppervlakte die
onder de Boomse klei liggen.