Ik: Ben je duits?
CB: Okay ben je dom.
Ik: Nee?
CB: Ben je een home?
Ik:Hou je bek.
CB: Ik heb geen bek.
Ik:Hou hem toch maar.
CB:Dat is een hele diepe opmerking.
Ik:Dat kan.
CB: Wat is drents.
Ik: Een taal.
CB: Ben je een stad?
Ik: Nee ik ben tenminste geen bot.
CB: Daarnet zei je dat jij een meisje was?
Ik: Doe niet zo donders achterlijk.
CB: Dan doe ik wel dom met mijn mooie hoofd, als je dat liever hebt.
Ik: Dat doe je toch al.
CB: Niet.
Ik: Wel.
CB: Jij je zin

.
Ik: Sukkel.
CB: Ben je ongesteld deze maand?
Ik: Dat word lastig.
CB: Ben je dat?
Ik: Nee jij wel.
CB: Ik ben een jongen.
Ik: Oke.
CB: En wat ben jij?
Ik: Jongen.
CB: Een mooie mooie jongen?
Ik: Ik ben geen homo.
CB: Maar wel een roeli, toch?
Ik: Ja.
CB: Staat vast leuk. Alles staat je toch goed.
Ik: Oke doei.
CB: Weet jij wat de zin van het leven is?
Ik: Ja doei.
CB:

.
wat een onzin
